Haydn Werken

Die Schöpfung

Oratorium in drie delen

Na de dood van de vorst Esterhazy was Haydn 57 jaar oud en ontving een jaargeld van 1400 florijnen. Haydn kon nu – met behoud van salaris – gaan en staan waar hij wilde. Hij vertrok naar Londen. Daar maakte hij tijdens zijn eerste verblijf kennis met vele musici, w.o. violist en concertorganisator Peter Salomon. Van Salomon ontving hij een oud libretto ‘The Creation of the World’ dat mogelijk eerder voor Händel was bestemd, maar nooit door hem op muziek was gezet. Eenmaal terug in Wenen (1795) kwam Haydn in contact met de in Nederland geboren baron Gottfried van Swieten. Deze baron was diplomaat en bibliothecaris, een zeer ontwikkeld man en gepassioneerd muziekliefhebber met talloze contacten als promotor en sponsor in het Weense muziekleven. Haydn liet het libretto aan Van Swieten zien; deze vond het onderwerp zeer geschikt voor een groot oratorium. De baron vertaalde de tekst in het Duits en hield rekening met Haydns wens om de tekst zo beeldend mogelijk te maken. Ook adviseerde hij Haydn hoe verschillende gedeeltes gezet zouden moeten worden : aria, duet of koor.

In het najaar van 1796 ging Haydn aan het werk. Hij was geïnspireerd en genoot van het componeren van Die Schöpfung. Regelmatig raadpleegde hij baron Van Swieten wanneer kleine veranderingen in de tekst moesten worden aangebracht. “Ich habe nötig, oft mit dem Baron zu sprechen, um Änderungen an dem Texte machen zu können, und außerdem ist es für mich  ein Vergnügen, ihm verschiedene Nummern daraus zu zeigen, weil er ein tiefer Kenner ist, der selbst gute Musik gesetzt hat…”, zo schrijft Haydn in 1797.

Op 29 april 1798 werd Die Schöpfung in Wenen voor het eerst uitgevoerd onder leiding van de componist zelf en met Salieri achter de piano forte. De première was een groot succes bij het publiek dat grotendeels bestond uit edelen die tevens sponsoren waren geweest. Ongeveer een jaar later kon een breder publiek dit werk beluisteren. Ook toen was sprake van een enorm succes. Londen, Berlijn en Praag volgden. Het is Haydn gelukt een tijdloos onsterfelijk oratorium te componeren.

Het scheppingsverhaal

Het officieel uit drie delen bestaande oratorium vertelt het scheppingsverhaal volgens de bijbel (Genesis 1:1-2:3). Ook zou je kunnen zeggen dat Die Schöpfung uit zeven delen bestaat: de zes dagen waarop God de wereld schiep plus de zevende dag – de rustdag – waarop Adam en Eva eerst God loven en daarna de liefde voor elkaar. Elke dag wordt ingeleid met een vertellend recitatief, gevolgd door aria’s die het zojuist geschapene illustreren en afgesloten met een jubelkoor. Het totaal leidt naar een climax : elke volgende dag duurt muzikaal langer dan de voorgaande; de slotkoren zijn steeds heftiger; de finale is de zondag, de dag waarop de mens de Schepper eert.

Het libretto maakt gebruik van drie vertellers – drie aartsengelen – en grijpt hiermee terug op een oud gebruik in het Latijnse oratorium, waar een getuige (Testo) of evangelist het verhaal vertelt. Deze vorm is vooral bekend uit de passies van Bach en Handels Messiah. Door drie stemmen in verschillende hoogtes te nemen heeft Haydn zich verzekerd van vele muzikale kleuringsmogelijkheden: van het frisse jonge groen van de sopraan (bloemen, kruiden, het bos en de vogels), via het warme gouden zonlicht bij de tenor (licht, zon, maan, sterren en de mens) tot het diepe blauw bij de bas (bliksem, donder, storm en sneeuw maar ook bergen en rivieren en de wilde dieren).

Aangrijpend is de wijze waarop de componist al bij aanvang van het oratorium de chaos, voordat Gods scheppingswoord had geklonken, schildert en de strijd van duisternis versus licht verklankt. Hoorbaar is de woestheid van de vormeloze aarde. Aartsengel Raphaël verhaalt de scheppingswonderen van hemel en aarde, van zeeën en rivieren en de scheiding van water en land. Gabriël verhaalt over de schepping van de plantenwereld en Uriël vestigt de aandacht op de schepping van de hemel en -lichten.

In het tweede deel schildert Gabriël de schepping van dierenwereld. Overweldigd door de beschouwing van Gods werken, verenigen zich de drie engelen in het fugatisch terzet, gevolgd door het machtige koor met het motief “Der Herr ist gross in seiner Macht”.

In opeenvolgende recitatieven van Raphaël worden toonschilderingen gehoord van o.a. het gebrul van de leeuw, het springen van het hert, het hinniken van het paard en het gezoem van zwermen insecten. De schepping van de eerste mensen inspireerde Haydn tot een melodieuze aria. Het koor besluit dit deel met “Vollendet ist das grosse Werk”.

In het derde deel maken de engelen plaats voor Adam en Eva die in een duet de Schepper loven. Hier sluit het koor zich bij aan. De muzikale schildering van het geluk van de eerste mensen is groots van opzet (“Mit dir erhöht sich jede Freude”).

Die Schöpfung wordt afgesloten met de schitterende fuga – met vol orkest, soli en koor – in de lofprijzing “Des Herrn Ruhm, er bleibt in Ewigkeit. Amen”.

tekst: Louise Hes

Haydn Werken

Die Jahreszeiten

Die Schöpfung en Die Jahreszeiten zijn nog steeds Haydns meest bekende en geliefde oratoria. Na de voltooiing van Die Schöpfung werd Haydn opnieuw benaderd door tekstschrijver Baron van Swieten (een in Nederland geboren Weense diplomaat) met het voorstel een oratorium te componeren met als thema de wisseling der seizoenen. Als basis diende het epos van de Engelse dichter James Thomson. In eerste instantie reageerde de toen 66-jarige Haydn niet al te enthousiast op dit plan. Het thema sprak hem niet aan, de tekst vond hij te oppervlakkig en Van Swieten had te uitgesproken ideeën over de muzikale inhoud. Uiteindelijk raakte Haydn toch in de ban van ‘de seizoenen’ en zette zich aan het werk. Dat kostte hem veel inspanning; geplaagd als hij werd door ouderdomsverschijnselen. Van deze zwarigheden is in de partituur echter niets te merken; tot op de huidige dag wordt de frisheid van Die Jahreszeiten geroemd. In het werk treden naast landlieden en jagers (koor) op : Simon, pachter (bas), Hanna, zijn dochter (sopraan) en Lukas, een jonge boer (tenor). In het werk, het sterkst in de laatste twee nummers, wordt ook gezinspeeld op de parallel die zo dikwijls getrokken wordt tussen de seizoenen van de natuur en de levensfasen van de mens. De prille lente van de kinderjaren en het opschietend groen, de zomer van de jeugd, de volwassenheid, de onstuimige en dan weer vredige natuur, de herfstkleuren van de oudere leeftijd en de nieuwe wijn, en de kille winter op de drempel van de dood. De winter ook van sneeuw en ijs en de verhalen bij het knusse haardvuur. Maar juist zoals in de winter de reeds zichtbare knoppen aan struiken en bomen de beloften van een nieuwe lente zijn, wordt in het slotkoor de ‘Grote Morgen’ in het vooruitzicht gesteld.

De lente

Inleiding en openingskoor beschrijven het verjagen van de grimmige winter door zoele winden uit het zuiden. De landman bewerkt het veld en is vrolijk. De aarde opent zich voor de warmte van de zon en is gereed het zaad te ontvangen. De regen doet de natuur uit de aarde opbloeien en de jeugd is blij dat de lente er weer is. Uitbundig wordt de Schepper van dit alles dank gebracht.

De zomer

De ochtendschemering wordt door de inleiding muzikaal verbeeld. Gekraai van de haan en de hoorn van de herders klinken. De zonsopgang eindigt met een vreugdekoor. Dan volgt de drukkende middaghitte; in het bos blijft het echter koel. Donkere wolken kondigen een onweer aan dat later in alle hevigheid losbarst. In de stilte die daarop volgt vormen het verfriste land en de vredige avondstemming de afsluiting van dit deel.

De herfst

Jager, boer en wijnbouwer dragen gaven van vruchtbaarheid aan. Na een liefdesbetuiging tussen Lukas en Hanne volgt een jachtpartij waarvan de tekst in de huidige tijd gemengde gevoelens zal oproepen, maar de beleving van de muziek het belangrijkste moet zijn. Een loflied op de wijn klinkt tijdens een vrolijk feest. Dit seizoen eindigt op uitbundige wijze.

De winter

In de inleiding op het laatste deel horen we de invallende winter. Een eenzame wandelaar dreigt de weg te verliezen in de doodse eenzaamheid. Lichtpunten in deze kille wereld zijn de avonden waarin dorpelingen samen zijn en elkaar verhalen vertellen. Simon spreekt over de vergankelijkheid van het leven; ieder zingt daarna over de Grote Morgen waar de eeuwige Lente het loon der rechtvaardigen is.

tekst: Louise Hes