Kennismaken met ...

Kennismaken met alt Charlotte van Meurs

Eigenlijk zing ik al zo lang als ik me kan herinneren. Ergens in de archieven van mijn ouderlijk huis bestaat er een cassettebandje waar een vierjarige Charlotte het hoogste lied zingt. Mijn moeder, die probeert mee te zingen, wordt bruut afgekapt met de woorden ‘zelf doen!’. 

Op mijn 19e ging ik op zangles bij Ronald Dijkstra. Klassieke muziek vond ik maar niks en oubollig. En dus tolereerde hij m’n keuze om popmuziek te zingen, tot vervelens aan toe. Dit heb ik (of hij, wie zal het zeggen) een jaar volgehouden. 

Tot mijn moeder me een keer meenam naar een projectkoor waar we ons stortte op Mozart, Brahms, Moessorgski, Gershwin, Handel… Er ging een wereld voor me open. Sámen zingen, én klassiek! Wat een verrijking! 

En toen deed Corona haar aantrede. Geen (project)koren meer. De hele wereld op slot. Ik kon zingen wat ik wilde, maar het voelde niet zoals eerst. M’n badkamer galmde niet genoeg om een volledig koor na te bootsen. 

Tijdens de eerste uitvoering van het AGK, toen in de Westerkerk in 2021, heb ik vol bewondering en emotie naar het koor zitten luisteren. Mijn moeder stond ertussen. Apetrots was ik, maar ergens begon het te kriebelen. Dít wilde ik ook. 22 maart 2022 had ik mijn eerste repetitie bij het AGK. Mama heeft vroeger samen met haar moeder in een koor gezongen. Wij zetten deze traditie nu met veel liefde voort. 

Inmiddels zijn we sinds die eerste repetitie in maart alweer een koorreis en een optreden in het Concertgebouw verder. Een aantal van jullie zullen me misschien herkennen van de koffie en thee die voor de repetities geschonken werden in Vrijburg. 

Tijdens kantooruren ben ik werkzaam bij een overheidsinstantie. Momenteel doen we dit nog veel vanuit huis, en dat is maar goed ook, want ook tijdens werk staat er muziek aan waarbij mee wordt gezongen. Sinds kort staat er een platenspeler op m’n werkplek. M’n LP verzameling is nog lang niet waar ik ‘m hebben wil (tips zijn welkom!) maar de meest recente aanwinsten zijn Fleetwood Mac en Dolly Parton. Héél andere muziek dan bijvoorbeeld Britten, Haydn of überhaupt een oratorium. 

Inmiddels zal je mij niet zo snel meer horen zeggen dat klassieke muziek ‘oubollig’ is. In mijn vriendenkring is het niet de standaard, maar voor mij is het een verrijking van m’n arsenaal. Een manier om me uit te kunnen drukken, en emoties onder woorden te kunnen brengen. Mijn vader heeft me wel eens een ‘jukebox’ genoemd. “Je gooit er een muntje in en er komt een liedje uit.” Het fijne aan zingen, is dat je altijd muziek bij je hebt. En muziek maakt het leven zoveel mooier. 

Charlotte van Meurs